|
ZorgverbredingOnder zorgverbreding verstaan we in het algemeen: het uitdragen van al die pedagogische principes en het treffen van al die didactische maatregelen, die leiden tot een zodanige inrichting van het onderwijs dat de kinderen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Door gebruik te maken van observaties en toetsen is de leerkracht in staat om aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau van het kind. De leerkracht stimuleert en begeleidt deze ontwikkeling, middels de aanwezige materialen en door het inzetten van methoden en gebruik te maken van verschillende didactische werkvormen.
Het Montessorionderwijs is erop gericht dat alle kinderen tot hun recht komen, ondanks deze benadering kunnen er kinderen zijn die zich toch niet evenwichtig ontwikkelen. Voor deze kinderen zijn specifieke maatregelen nodig, die we samenvatten onder de term extra zorg. Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de schoolDe vorderingen van de kinderen worden op verschillende manieren gevolgd, zodat de leerkracht in zijn handelen kan aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van het kind en er, indien nodig, tijdig kan worden ingegrepen. De leerkracht observeert de kinderen tijdens het werken. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van methoden gebonden toetsen (behorende bij de technisch leesmethode, spellingmethode en rekenmethode) en methodenonafhankelijke toetsen (Citoleerlingvolgsysteem). Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt de 3-DmenSeonale observatievragenlijst afgenomen. De toetsgegevens worden besproken met de intern begeleider tijdens de groepsbesprekingen.
In de onderbouw wordt de ontwikkeling door de leerkracht op basis van observaties bijgehouden. Verschillende ontwikkelingsgebieden worden hierbij belicht, namelijk de leervoorwaarden, de taalontwikkeling, de motorische ontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en de werkhouding. Het leerlingvolgsysteem dat we hiervoor gebruiken is het Gouds Ontwikkelings Volgsysteem voor Kleuters ( G.O.V.K.). Daarnaast wordt twee keer per jaar de CITO toets Ordenen en Taal afgenomen. Deze toets is gericht op het in kaart brengen van de verstandelijke ontwikkeling en rekenvoorwaarden van de kinderen. Voor de oudste kleuters wordt er eenmaal per jaar een risicoscreening voor lezen afgenomen. Deze screening is erop geircht om eventuele dyslexie of taalproblemen vroegtijdig te signaleren.
Twee keer per jaar worden er in de midden-, tussen- en bovenbouw toetsen afgenomen voor de onderdelen technisch lezen, spelling en rekenen behorende bij het Citoleerlingvolgsysteem. Tevens wordt er één keer per jaar een toets afgenomen op het gebied van begrijpend lezen. Door middel van deze toetsen wordt niet alleen in kaart gebracht hoe een kind zich ontwikkelt in vergelijking met een gemiddelde leerling, maar ook hoe een kind zich ten opzichte van zichzelf ontwikkelt. Intern BegeleiderOp onze school werkt een intern begeleider voor twee dagen per week. De intern begeleider draagt zorg voor de continuering en uitbouw c.q verbetering van de zorg in de school. Zij bespreekt de leerlingen en de toetsgegevens met de leerkracht tijdens groepsbesprekingen en begeleidt de leerkrachten bij het vormgeven van de extra zorg voor de kinderen. Naast de extra zorg die er in de klas wordt aangeboden zijn er ondersteuningsperiodes. Hiervoor meldt de leerkracht de leerlingen aan, deze leerlingen krijgen extra zorg vaak buiten de groep door de rt-er of ander ondersteunend personeel. De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeftenNiet alle kinderen maken dezelfde ontwikkeling door. Daardoor vinden we het nodig aandacht te geven aan kinderen die in het leerproces achterop dreigen te raken. Evenzeer vinden we het noodzakelijk om kinderen die meer aankunnen verder te helpen. Hierdoor is de zogenaamde zorgbreedte een niet weg te denken onderdeel geworden van onze manier van werken.
Als de leerkracht door observatie of toetsen constateert dat een leerling zich niet evenwichtig ontwikkelt, bespreekt zij dit met ouder(s)/verzorger(s) en geeft zij gerichte extra hulp middels een handelingsplan. Als er door het geven van deze hulp onvoldoende verbetering optreedt, neemt de leerkracht contact op met de intern begeleider.
In overleg met de intern begeleider kunnen de volgende stappen worden ondernomen: · een observatie en/of onderzoek door de intern begeleider; · bespreken in het MPO (Meer Partijen Overleg) waarbij de GGD (jeugdgezondheidszorg), SMW (schoolmaatschappelijk werk), MHR (onderwijsbegeleidingsdienst) bij aanwezig zijn; · extern onderzoek door de onderwijsbegeleidingsdienst (MHR); · aanvragen van advies en/of hulp bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg; · bespreken met het Samenwerkingsverband WSNS (logopedist, neveninstromers, gedragsprecialist etc.) · adviseren van ouders met betrekking tot mogelijke externe hulp (logopedie, fysiotherapie, Jeugdzorg). Ouders worden meegenomen in deze stappen. Voor de besprekingen en onderzoeken wordt toestemming gevraagd aan ouders, deze worden geïnformeerd over de uitkomsten en worden gevraagd om mee te denken over oplossingen.
De mogelijkheden die de onderwijsbegeleidingsdienst ons kan bieden zijn: klassenobservatie, uitgebreid didactisch onderzoek, psychologisch onderzoek naar de capaciteiten van een kind en persoonlijkheidsonderzoek. Het verslag wordt besproken met de school en ouders. Het kan soms nodig zijn dat er vervolgens verwezen moet worden naar andere instellingen als het om een problematiek gaat waarvoor op school onvoldoende tijd en kennis aanwezig is. Eerst zal echter intern worden geprobeerd oplossingen te bedenken en plannen op te stellen, die dan uiteraard worden doorgesproken met de schoolbegeleider. Plaatsing en verwijzing van kinderen met specifieke behoeftenPermanente Commissie leerlingenzorg (P.C.L.) Het doel van de overheidsmaatregel Weer Samen Naar School (WSNS) is om zo min mogelijk kinderen door te verwijzen naar speciale scholen voor basisonderwijs. Zoveel mogelijk kinderen moeten worden opgevangen op de basisschool. Dit betekent dat elke basisschool onderwijs op maat geeft en zorgt voor een goede zorgstructuur. Onze school is aangesloten bij het Samenwerkingsverband 3302 (www.wsnsrijnstreek.nl). Eėn van de doelen van het Samenwerkingsverband is dat de basisscholen een eigen zorgstructuur opzetten en instandhouden om leerlingen die extra zorg behoeven zo goed mogelijk te begeleiden. Hiermee kan tevens worden voorkomen dat een leerling naar een school voor Speciaal Basis Onderwijs (S.B.O.) wordt verwezen. Om scholen bij deze “zorgtaak” te helpen is de Permanente Commissie Leerlingenzorg in het leven geroepen, bestaande uit vertegenwoordigers uit de speciale scholen voor basisonderwijs, basisscholen en schoolbegeleidingsdienst. De taak van deze commissie is voornamelijk:
De P.C.L. heeft dus een “brede” taak. Voor de verdere informatie over de procedure van het P.C.L. kunt u contact opnemen met de intern begeleider van de school (Diana van Heel).
Leerlinggebonden financiering Door de invoering van leerlinggebonden financiering is het voor ouders makkelijker geworden hun gehandicapte kind te plaatsen in het reguliere basisonderwijs. Onze school heeft met betrekking tot de plaatsing van deze kinderen het volgende beleid: Kinderen met een handicap zijn van harte welkom op onze school, mits
Wanneer u als ouder meer wilt weten over de leerlinggebonden financiering, kunt u dit vinden op de website www.oudersenrugzak.nl of het informatieboekje lenen van de directie van onze school. Wanneer u als ouder wilt weten of uw kind in aanmerking komt voor leerlinggebonden financiering, kunt u contact opnemen met de Commissie voor Indicatiestelling. Gezien de aankomende nieuwe wetgeving rond Passend Onderwijs zal bovenstaande regeling herzien gaan worden.
De GGD en uw kind Jeugdgezondheidszorg op school De afdeling Jeugdgezondheidszorg (JGZ) begeleidt de groei en ontwikkeling van jeugdigen van 4 tot 19 jaar. Dat doen we onder andere door alle kinderen van groep 2 en 7 te onderzoeken. U kunt ook zelf contact met ons opnemen als u vragen of zorgen hebt over de gezondheid, ontwikkeling of opvoeding van uw kind.
Zorg voor leerlingen De jeugdarts of sociaal verpleegkundige neemt deel aan het MPO. Indien nodig overlegt de jeugdarts of sociaal verpleegkundige JGZ met de leerkracht, huisarts of andere instanties.
Een gezond schoolleven De afdeling JGZ geeft de school adviezen over veiligheid, hygiëne, infectieziekten, omgaan met elkaar, pesten, voeding en beweging en dergelijke. De GGD steunt de school bij het uitvoeren van gezondheidsprojecten.
Meer informatie? Kunt u vinden op onze website www.ggdhm.nl.
Contact De school kan u informeren over de naam en bereikbaarheid van de jeugdarts of sociaal verpleegkundige JGZ. Op onze website staat vermeld welke JGZ medewerkers aan de school van uw kind verbonden zijn. U kunt ook rechtstreeks contact opnemen met het secretariaat van de afdeling JGZ van de GGD Hollands Midden. Tel. : (0712) 236230 op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur of mailen naar jgzalphen@ggdhm.nl
Schoolmaatschappelijk werk De school beschikt over schoolmaatschappelijk werk. De Schoolmaatschappelijk werkster, Helmy Huijsman, heeft 9 keer per jaar spreekuur op school. Zij adviseert bij vragen van leerkrachten, de intern begeleider, de directie en/of ouders, die te maken hebben met kinderen met problemen. Schoolmaatschappelijk werk neemt deel aan het MPO. Ook is het mogelijk om telefonisch contact met haar op te nemen. U kunt de schoolmaatschappelijk werker telefonisch bereiken op het volgende nummer: 0172-460560 Meldpunt Kindermishandeling Als u zich zorgen maakt over een kind, als gedrag van een kind opeens verandert, als een kind zwijgzaam wordt, taal gebruikt die niet past bij de leeftijd, zich terugtrekt of blauwe plekken heeft dan hóeft er niets aan de hand te zijn, maar het kán wel. Nog te veel kinderen worden slachtoffer van kindermishandeling. Meldt uw zorg op school, of neem contact op met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling.
|
||||||||||||||